Sinds de tragische dood van Prinses Diana kent de hele wereld het domein Althorp als de laatste rustplaats van England’s Rose, zoals Elthon John haar in zijn pakkend afscheidslied zo trefzeker beschreef. Dit imposant landgoed behoort echter al sinds de 16de eeuw tot het patrimonium van de Spencers. Hier trok de prinses zich terug met haar geliefde sieraden in zilver.
Toen Prinses Diana op 31 augustus 1997 om het leven kwam, ging een schok van ontzetting door de hele wereld, te vergelijken met de moord op Kennedy in 1963. De People’s Princess ging die dag de geschiedenis in en zal voor altijd in de herinnering blijven voortleven omwille van haar stijl en elegantie, maar ook haar oprechte bekommernis voor het lot van de minder bedeelden.
Haar familie was het er snel over eens dat zij maar echt rust zou kennen in een vertrouwde omgeving, en de keuze voor Althorp lag voor de hand.
De zilvergrot van Ali Baba
Het domein Althorp is al in handen van het geslacht van de Spencers sinds ongeveer vijfhonderd jaar en mag een ware kunstschatkamer genoemd worden, de grot van Ali Baba zeg maar. Schilderijen, meubelen en keramiek en oogverblindend mooie decors doen de bezoeker op tijd en stond naar adem snakken.
De verschillende eigenaars toonden door de eeuwen heen een opvallend goede smaak en wisten bij het samenstellen van hun collectie steeds aan te kloppen bij de grote namen van hun tijd. Niet te verwonderen dus dat werk van reuzen van de schilderkunst als Rubens, Van Dyck, Reynolds en Gainsborough hier een ereplaats kregen, maar ook meesterwerken van minder bekende schilders zijn op Althorp prominent aanwezig.
Ook de decoratieve kunsten, van tapijten tot prachtige kroonluchters, kandelaars en vazen zijn voor de connaisseur een ware lust voor het oog. In die zin is Althorp niet de reflectie van kunst uit één bepaalde periode, maar een zorgvuldig samengestelde dwarsdoorsnede van de culturele geschiedenis van de voorbije 500 jaar. Elke ruimte ziet er anders uit en doet reikhalzend naar de volgende uitkijken.
Hier vinden we ook heel wat antiek zilverwerk terug. Diana was een verwoed verzamelaar en stak heel wat van haar tijd in het bezoeken van veilingen, antiquairs en verzamelaars.
Wootton Hall
Wat meteen opvalt in de Wootton Hall die als inkom dient zijn de reeks prachtige houten beelden van de Engelse kunstenaar John Wootton, die gespecialiseerd was in taferelen uit het landelijke leven en de sport. Opmerkelijk is hier ook het pleisterwerk met waanzinnig mooie friezen, het meubilair en de spiegels.
De Painters’ Passage dwingt de liefhebber van schilderkunst tot ingetogen ogenblikken van bewondering. Deze vleugel kwam tot stand bij de uitbreiding van Althorp in 1788 en kreeg toen de naam ‘Painters Passage’ mee, die later door Lord Spencer weer in ere werd hersteld. We zien er meteen een aantal in het oog springende bustes van Romeinse keizers, maar ook bustes in marmer van Charles Le Brun (de eerste hofschilder van Koning Louis XIV) door Antoine Coysevox.
Zilveren diademen
Verder is het aangenaam vertoeven voor de reeks (zelf)portretten van Nederlandse, Italiaanse en Engelse meesters, afkomstig uit de nalatenschap van hertogin Sarah van Marlborough. Opmerkelijk is hier het portret van Benjamin Wilson door David Garrick (waarbij de acteur een medaillon van Shakespeare in de hand houdt) en het zelfportret van Sofonisba Anguiscola.
De boekencollectie is een ode aan de verbazingwekkende private collectie van de tweede Earl Spencer, die destijds de grootste verzameling van de wereld had. Deze collectie, 40.000 stuks in totaal, werd in 1892 verkocht aan de Manchester University.
Boven de haard hangt een schilderij door Sir Joshua Reynolds van John Charles uit 1786, de derde Earl Spencer, medeoprichter van de Royal Agricultural Society en een groot politicus. Ook de twee uniek wereldbollen van George II kregen hier een ereplaatsje. Hier zat Diana vaak te lezen, en dan droeg ze graag een van haar zilveren diademen.
