De voorliefde van de Inca’s voor zilver en goud

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver, zilver Add comments

De bevolking had onder het regime van de Incas allerlei plichten. Vrouwen weefden voor de staat en mannen moesten helpen bij de bouw van tempels en wegen. Ook gingen ze op jonge leeftijd in militaire dienst. Daar hielden ze in ieder geval een stel kleren aan over; en als het mee zat was er ook nog oorlogsbuit. De boeren werden streng geregeerd door de adel. Van boerenopstanden is weinig bekend.

Priesters

In het rijk van de Incas werd geen enkele beslissing genomen zonder orakels en priesters te raadplegen. Priesters waren er voor elke god en gelegenheid. De hogepriester stond het dichtst bij de vorst en was in veel gevallen een familielid. Sommige priesters spraken met de doden; andere met bosgeesten of met huacas (heilige plaatsen). Een huaca kon een tempel zijn, maar ook een rivier, een berg of een rots. Iedere familie had een altaartje in een huaca, waar regelmatig offers werden gebracht om het evenwicht tussen mens en natuur te bewaren of te herstellen.

De Inca-heersers

De Inca-heerser stamde af van de zonnegod Inti, en was nu zijn afgezant. Hij moest gehoorzamen aan de wil van de zonnegod. De Inca-heerser stond aan het hoofd van een strenge hiërarchie van sociale klassen en gezagsdragers. De heerser was getrouwd met zijn zus, om de afstamming zuiver te houden. Uit hun zonen koos hij zijn opvolger. Onder de kinderen van zijn bijvrouwen zocht hij zijn hoogste bestuurders. De afstammelingen en familieleden van vroegere Inca-heersers vervulden de overige hoge functies in het staatsapparaat, het leger en de priesterhiërarchie. De adel van overwonnen volken kreeg ook belangrijke posten en mocht zich door adoptie Inca noemen.

Handelaren

De Incas kenden geen geld of bedrijven. Van vrij verkeer van mensen en goederen was er ondanks de uitstekende wegen geen sprake. De weinige handel die er was, werd gedreven door een aparte sociale klasse. Deze handelaren ruilden gedroogde en gezouten vis tegen wol en gedroogd vlees uit de bergen. Ook handelden ze in zout, cocabladeren en katoen. Spondylus schelpen uit de diepzee bij Ecuador werd verruild voor koper. Deze schelpen waren onmisbaar als offers aan heilige bergen en goden om regen af te smeken.

Natuurlijk werd er plaatselijk ook geruild. Uitkeringen van de staat waren voor iedereen hetzelfde terwijl de behoeften verschilden. Er werden zelfs maandelijks enkele marktdagen vastgesteld. Wie welvarend dreigde te worden moest wel een mooi godsdienstig feest organiseren, vond men. Dan was de onderlinge gelijkheid snel hersteld.

Goud en zilver

De bewoners van het Andesgebied waren schatrijk aan goud en zilver, en dat was misschien wel hun ongeluk. De Spanjaarden wisten niet wat ze zagen en werden gek van hebzucht. De gouden platen waar de zonnetempel in Cuzco mee behangen was rukten ze van de muren; kolossale beelden werden omgesmolten, eerbiedwaardige graven haastig leeggeplunderd. De goudkoorts hield eeuwen aan, en trok een diep spoor van vernietiging.

Voor de Incas hadden edelmetalen een religieuze betekenis. Goud stond voor de mannelijke zon en zilver voor de vrouwelijk maan, de twee belangrijke goden bij de Incas. Met het dragen van gouden en zilveren sieraden toonden hooggeplaatsten hun verbondenheid met deze goden.

Bron: www.museumkennis.nl

Leave a Reply