Hobbyarcheoloog graaft unieke zilverschat op

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver No Comments »

Het zal je maar overkomen. Je bent al enkele jaren zonder veel succes amateurarcheoloog, tot je plotseling een unieke zilverschat weet te vinden… En – om alle misverstanden uit de wereld te helpen – die niet voor jezelf houdt maar aan een museum schenkt… We lazen volgend verslag in Het Nieuwsblad.

Romeinse zilverschat

Hobbyarcheoloog Joël Notebaert heeft in Everbeek, bij Brakel, de vondst van zijn leven gedaan: een unieke Romeinse zilverschat uit de derde eeuw. ‘En zeggen dat ik na jaren zoeken nog niet verder was geraakt dan wat fossielen.’
Atoomnummer 47
Atoommassa 107,87 g.mol -1
Elektronegativiteit volgens Pauling 1,9
Dichtheid 10,5 g.cm-3 bij 20°C
Smeltpunt 962 °C
Kookpunt 2212 °C
Vanderwaalstraal 0,144 nm
Ionstraal 0,126 nm
Isotopen
Elektronen Schil [ Kr ] 4d10 5s1
Energie eerste ionisatie 758 kJ.mol -1
Energie tweede ionisatie 2061 kJ.mol -1
Standaard potentiaal 0,779 V (Ag+ / Ag

Meest stabiele isotopen
Iso RA (%) Halveringstijd VV VE (MeV) VP
107Ag 51,839 stabiel met 60 neutronen
108Ag syn 418 jaar EV 2,027 108Pd
109Ag 48,161 stabiel met 62 neutronen

Tot 16 km diep is zilver terug te vinden; en het is het 68e element in rangorde van voorkomen. Zilver wordt zowel in gedegen toestand (als me¬taal) aangetroffen als in verbin¬din-gen.

De belangrijkste mineralen zijn:
argentiet of zilver¬glans Ag2S
broomargyriet of bromiet AgBr
chloorargyriet of hoornzil¬ver AgCl
dyscrasiet Ag3Sb
fischesseriet Ag3AuSe2
hessiet Ag2Te
joodargyriet AgI
mieargyriet AgSbS2
naumanniet Ag2Se
petziet Ag3AuTe3
proustiet Ag3AsS3
pyrargyriet of zil¬verantimoon¬glans Ag3SbS3
stephaniet Ag5S¬bS4
stromeyeriet AgCuS

Het zilver van de Maya’s

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver No Comments »

Ook de Maya’s kenden zilver. En goud uiteraard. Jammer genoeg betekenden deze edelmetalen bij de komst van de Spanjaarden voor dit trotse volk het begin van het einde.

Laat klassieke periode (600 - 900 n. Chr.).

Deze periode geldt als de bloeiperiode van de Maya’s. Het Mayarijk bestond niet uit één rijk, maar uit onafhankelijke stadsstaten die wel connecties met elkaar hadden. Elke stadsstaat had zijn eigen koning, die de stads sociale, politieke en religieuze hoofdpersoon was. De koning stond zijn bloed af bij ceremonies en doorboorde lichaamsdelen met scherpe voorwerpen. Ook was hij aanvoerder van het leger. Koning Pacal van Palenque en Koning Vogel-Jaguar van Yaxchilán speelden een belangrijke rol in de Mayabeschaving. Veel steden kenden bloei, maar aan het eind van de periode ging het minder met deze zuidelijke steden en werden juist de noordelijke steden in Yucatán belangrijker (o.a. Chichén Itzá). Hierdoor ontstond een zekere rivaliteit die waarschijnlijk de oorzaak was van het instorten van het Mayarijk. Andere mogelijkheden zijn epidemieën, overbevolking, hongersnood, natuurrampen en erosie.

Vroeg postklassieke periode (900 -1200 n. Chr.).

Doordat het Mayarijk plotseling instortte en daarentegen wel een groei van de populatie kende, was er niet genoeg eten voor iedereen. Daarom waren ze een makkelijke prooi voor veroveraars. De Tolteken vielen Yucatán binnen en waren zo strijdlustig dat ze mensen offerden. De grote gebouwen van Chichén Itzá stamden uit deze tijd. Later echter was de stad volkomen verlaten.

Laat postklassieke periode (1200 - 1530 n. Chr.).

Na de Tolteken, namen de Itzáes bezit van Chichén Itzá. De Itzáes waren zelf ook uit hun land verdrongen en kwamen via El Petén en Belize in Chichén Itzá. Zij gaven de uiteindelijke naam aan de stad. Ze namen veel van de gebruiken van de Tolteken over, maar breidden het vooral op het gebied van religie uit. Ze vereerden de cenotes (kalksteen grotten met water). De stad werd later in ingenomen door de Cocomen en Xiú. Hierna was er een periode van oorlog in het noorden van Yucatán. Toen de Spanjaarden hoorden dat er in Mexico veel goud en zilver te vinden was, trokken ze het land binnen, maar ze werden tegengehouden door de lokale bevolking. Een tweede expeditie o.l.v. Hernán Cortés in 1519 slaagde en veel dorpen namen het christelijk geloof over. De Spanjaarden konden makkelijk Tenochtitlán (Mexico-City) binnenvallen, omdat de Azteken geloofden dat hun god Quetzalcóatl terugkeerde. Maar later verklaarden de Azteken de Spanjaarden de oorlog, maar die verloren ze omdat ze veel mensen verloren waren door de pokken die de Spanjaarden meenamen.

Veroverings- en koloniale periode (1530 - 1821 n. Chr.).

De veroveringen door de Spanjaarden gingen niet gemakkelijk. Spanje deed een nieuwe poging olv Francisco de Montejo en zijn zoon. De eerste ontmoeting met de Maya’s ging niet goed: de Maya’s wilden niets van ze weten. Daarop gingen de Spanjaarden naar Tabasco (1530) en sloegen een kamp op, maar het lukte hen niet om het te veroveren. In 1540 ging de Montejo familie weer naar Mexico en door een alliantie met de Xiús lukte het hen om de Cocomen te veroveren. De Xiús namen het Christelijk geloof aan. In 1542 werd Mérida gesticht en snel kwamen de dorpen van Yucatán onder Spaans gezag. Pedro de Alvarado voerde het Spaanse leger aan voor een verovering van Guatemala en Chiapas (1523). Het land werd onderverdeeld in staten (encomiendas) en de Maya’s werden als slaven gebruikt. Met de komst van de pater Bartolomé de Las Casas ging het iets beter met de Maya’s, maar de slavernij bleef bestaan. De enige Mayagroep die zelfstandig bleef, was een groep Itzaes die Tayasal (Flores) stichtte, maar dit duurde ook slechts tot in de 17e eeuw toen het dorp werd ingenomen door de Spanjaarden.

Onafhankelijke periode.

De Maya’s organiseerden regelmatig opstanden, maar geen van alle slaagde. Door de overwinning van Napoleon op Spanje, zwakten de Spanjaarden af. Een nieuwe opstand slaagde en Mexico en Guatemala verklaarden zichzelf onafhankelijk (1821). Het onafhankelijke Mexico verenigde de staten weer, inclusief Chiapas onder goedkeuring van Guatemala. Guatemala verenigde zich in 1823 met El Salvador, Nicaragua, Honduras en Costa Rica. Deze samenwerking duurde slechts tot 1840. Helaas kwamen verschillende landen met elkaar in conflict, een situatie die tot nu nog voortduurt. Ook kregen de Maya’s hun grond niet terug en werden nog steeds gebruikt als slaven voor werk op het land.

Bron: http://www.bezigebijen.nl

Beleggen in zilvermijnen wordt interessant

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver, How to No Comments »

Beleggen in zilvermijnen wordt interessant

Wereldwijd zijn er vele honderden mijnbouwbedrijven actief. Een aantal daarvan produceert zilver, maar meestal is dit als bijproduct van een ander metaal wat gewonnen wordt. Echt pure zilvermijnen, met zilver als hoofdproduct, zijn er relatief weinig. Toch is er onder beleggers wel vraag naar pure zilvermijnen om in te beleggen. In dit artikel geef ik een overzicht van een groot aantal zilvermijnen waaruit beleggers een keuze kunnen maken.
Producerende zilvermijnen

Zilvermijnen zijn een goede investering voor beleggers die exposure willen aan de zilverprijs. De aandelenkoers van zilvermijnen reageert met een hefboom op de zilverprijs. Dit heeft de volgende oorzaak. Stel, een zilvermijn produceert zilver met een kostprijs van 8 dollar per ounce. De koers van zilver is op dat moment 15 dollar per ounce. De zilvermijn maakt dan 15 – 8 = 7 dollar per ounce winst. Stijgt nu de zilverprijs naar 20 dollar, een stijging van 33,33 %, dan stijgt de winst van de zilvermijn naar 20 – 8 = 12 dollar per ounce, een stijging van 71,43 % . De winst van de zilvermijn stijgt dus ruim twee maal zo hard als de zilverprijs. De koers van de aandelen van de zilvermijn zal weer stijgen als gevolg van de toegenomen winstgevendheid.

Exploratiebedrijven met bewezen zilvervoorraad in de grond
Exploratiebedrijven zijn bedrijven die zoeken naar grondstoffen, in dit geval zilver, in de grond. Als zo´n bedrijf zilver heeft gevonden en de omvang van de zilvervoorraad in de grond is bekend, dan staat er nog niet meteen een producerende mijn. Voor het bedrijf met de productie kan gaan beginnen zijn er nog een aantal stappen te doorlopen, zoals bijvoorbeeld het rond krijgen van de financiering voor het bouwen van een mijn en het verkrijgen van de nodige vergunningen. Bij een bedrijf in deze fase is het zilver in de grond, per ounce, lager geprijsd dan het zilver in de grond bij een producerende mijn. Naarmate het bedrijf dichter bij productie komt, zal de aandelenkoers (en dus de prijs per ounce zilver) oplopen. Ook een stijging van de zilverprijs heeft uiteraard invloed op de aandelenkoers.
Overzicht van producerende zilvermijnen

naam bedrijf tickercode beursnotering actief in
Coeur d’alene Mines
CDE, CDM.TO NYSE, TSX Mexico, VS, Bolivia, Argentinië, Chili
Hecla Mining
HL NYSE VS, Mexico
Pan American Silvercorp.
PAAS, PAA.TO Nasdaq, TSX Mexico, Peru, Argentinië, Bolivia
Silvercorp Metals
SVM, SVM.TO NYSE, TSX China
SilverCrest Mines
SVL.TO TSX Mexico, el Salvador
Silver Standard
SSRI, SSO.TO Nasdaq, TSX Canada, VS, Mexico, Peru, Chili, Argentinië, Australië
Excellon Resources
EXN.TO TSX Mexico
Fortuna Silver Mines
FVI.V TSX Peru, Mexico
First Majestic Silver Corp.
FR.V TSX Mexico
Great Panther Silver
GPR.TO TSX Mexico
U.S. Silver Corporation
USA.V TSX V.S.
Endeavor Silver
EDR.TO TSX Mexico
Impact Silver
IPT.V TSX Mexico
Ecu Silver
ECU.TO TSX Mexico

Nog niet producerende bedrijven met zilver in de grond.

naam bedrijf tickercode beursnotering actief in
Sabina Silver& gold
SBB.TO TSX Canada
Bear Creek Mining
BCM.V TSX Peru
Minco Silver
MSV.TO TSX China

Silver streaming company
Als laatste wil ik nog even de aandacht vestigen op een ander soort zilverbedrijf dat interessant is voor zilverbeleggers. Het gaat hier om Silver Wheaton.
Silver Wheaton is een “silver streaming company”. Dit houdt in dat het bedrijf toekomstige zilverproductie opkoopt van mijnbouwbedrijven voor welke zilver een bijproduct is. Silver Wheaton betaald deze bedrijven vaak een flink bedrag vooraf in ruil voor (een deel van) de toekomstige zilverproductie. Voor deze mijnbouwbedrijven is dit gunstig omdat ze daarmee bijvoorbeeld de infrastructuur en bouw van een mijn kunnen bekostigen. Silver Wheaton verzekert zich van een stroom zilver voor een van te voren vastgestelde prijs. Het bedrijf heeft daarbij niet de lasten en risico’s van een eigen mijn en bij een stijgende zilverprijs loopt de winst (en daarmee de aandelenkoers) snel op.
Silver Wheaton staat genoteerd aan de New York Stock Exchange (ticker: SLW) en de Toronto Stock Exchange (ticker: SLW.TO). Het bedrijf heeft bestaande en toekomstige zilverstreams uit de volgende landen: V.S., Canada, Mexico, Peru, Argentinië, Chili, Zweden, Portugal, Griekenland. Het bedrijf is daarmee geografisch mooi gespreid.

Bron: http://www.goudbelegger.com

Utrechtse zilversmid J.M. van Kempen 1814-1877)

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver No Comments »

De naam Van Kempen is lange tijd een begrip geweest in de Nederlandse zilverindustrie. Dit is vooral te danken aan Johannes Mattheus van Kempen (1814-1877), de eerste zilverfabrikant die de toenmalige moderne productietechnieken in Nederland introduceerde. Daarmee wist hij zijn ideaal te realiseren: de serieproductie van zilveren sier- en gebruiksvoorwerpen. In 1858 verhuisde het bedrijf van Utrecht naar Voorschoten. In 1919 vond er een fusie plaats met de firma’s van C.J. Begeer uit Utrecht en Jac. Vos & Co uit Rotterdam. Deze fusie leidde enkele jaren later tot het vertrek van de Van Kempens uit Voorschoten.

Familie van zilversmeden

Johannes Mattheus van Kempen trad in de voetsporen van zijn vader en grootvader beiden ook Johannes Mattheus en werd eveneens zilversmid. Zijn grootvader was de in 1764 te Utrecht geboren Johannes Mattheüs van Kempen in 1789 toegelaten als meester tot het gilde van zilversmeden. Diens zonen Pieter Johannes (1790 - 1831) en Johannes Mattheüs (II) (1792 - 1831) waren eveneens zilversmid te Utrecht.
In 1834 koopt Johannes Mattheus III (1814-1877), goud- en zilverkashouder, een bescheiden winkelpand aan de Choorstraat in Utrecht.

Zilverproductie

Hij realiseert zich dat de fabrieksmatige zilverproductie een steeds belangrijkere rol zou gaan spelen en de traditionele ambachtelijke edelsmeedkunst zou gaan verdringen. In 1851 liet hij in een groot middeleeuws pand aan de Oude Gracht, dat hij inmiddels had gekocht, een voor die tijd uiterst moderne stoommachine plaatsen. Op deze manier kon hij, met de hulp van een toenemend aantal goed opgeleide medewerkers, zijn ideaal realiseren: het op moderne wijze produceren van goedkopere, maar kwalitatief goede zilveren voorwerpen.
J.M. van Kempen wilde ’stijlzuiver’ zilver ontwerpen. In een brochure die in 1851 verscheen bij zijn inzending voor de Wereldtentoonstelling in Londen bespreekt Van Kempen de vijf stijlen die hij voor zijn zilverwerk gebruikte: Grieks, Gotisch, Renaissance, Lodewijk XIV en rocaille.

Renaissance en zilver

De belangrijkste bijdrage van een Nederlandse zilversmid aan de eerste wereldtentoonstelling, in 1851 in Londen gehouden, was die van de Utrechtse zilversmid J.M. van Kempen. Zijn inzending bestond uit voorwerpen in vijf verschillende historiserende stijlen. Iedere stijlperiode was met enkele voorwerpen vertegenwoordigd. In een begeleidend schrijven legde Van Kempen uit dat hij had getracht om elke stijl zo getrouw mogelijk te interpreteren. De ster van de inzending was deze juwelenkist, die volgens de zilversmid zelf kenmerken van de Renaissance vertoont.
Onder Renaissance verstond Van Kempen de stijlperiode die in de late 15de eeuw in Italië was begonnen en die in de loop van de 16de en de 17de eeuw in Frankrijk en in Engeland triomfen had gevierd. Evenals zijn tijdgenoten maakte Van Kempen geen onderscheid tussen de vroege Italiaanse Renaissance en de latere Franse en Engelse verwerkingen daarvan. Vandaar dat in de versiering van de juwelenkist motieven uit beide stromingen herkenbaar zijn: de kopjes in de medaillons gaan terug op een inventie van de Italiaanse beeldhouwer Lorenzo Ghiberti (1378-1442), terwijl het rolwerk waarmee de wanden en de randen van het deksel versierd zijn, juist kenmerkend is voor de laatste fase, die wij nu Maniërisme noemen. Van Kempen waardeerde in de Renaissance vooral de vooruitspringende ornamentiek - de combinatie van vlak ornament en sculpturale elementen.
De ontwerper van de juwelenkist, de schilder en tekenaar Gerardus Willem van Dokkum (1828-1903), is erin geslaagd om de verwijzingen naar het verleden samen te smeden tot een onmiskenbaar 19de-eeuws voorwerp. In zijn ontwerp nam hij onder meer sculpturale elementen van eigen vinding op. Het meest aansprekend is het hondje op het deksel, dat hier als bewaker van de juwelenschat functioneert. Onder zijn voorpoot houdt hij een exacte kopie van de sleutel waarmee de juwelenkist kan worden geopend.

Websites: www.rijksmuseum.nl, www.rijksmuseum.nl/collectie, www.oudzilver.nl

De Spaanse Zilvervloot

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver No Comments »

De zilvervloot was in de 16e en 17e eeuw een jaarlijks konvooi van schepen, waarin kostbaarheden van de Spaanse koloniën in Amerika werden verscheept naar Spanje. In Nederland is de zilvervloot vooral bekend van de verovering ervan door Piet Hein in 1628.
Piet Hein maakte namens de West-Indische Compagnie in 1626 een plan om de zilvervloot te kapen, en de kostbaarheden naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden te verschepen. De Republiek was op dat moment verwikkeld in de Tachtigjarige Oorlog met Spanje. “Zeeroverij” in opdracht van een staat was in die jaren heel gebruikelijk en legaal.

In 1627 pleegde Piet Hein twee kleinere kaperijen in Allerheiligenbaai, in september 1628 veroverde hij de zilvervloot in de Slag in de baai van Matanzas (eiland Cuba). De andere vloot vertrok vanaf het huidige Venezuela. De halve vloot vanuit Venezuela was gewaarschuwd, en bleef buiten bereik. De buit bedroeg 177000 pond zilver en de duizend parels waren in 1628 11 à 12 miljoen toenmalige gulden waard. Nu zou het 120 miljoen Euro zijn. De Stadhouder en vlootvoogd Piet Hein kregen een fors aandeel in de buit. De kapiteins kregen een gering bedrag. Witte de With, een van de kapiteins was daarover erg boos. Een groot deel van het geld werd gebruikt voor de strijd tegen Spanje. De WIC keerde dat jaar een record van 50% dividend uit. De vloot werd op de rede van Hellevoetsluis (aan het Haringvliet) ontscheept en ter paard en wagen gedurende 7 dagen naar Amsterdam gebracht.

Zilvervlootrekening

De Zilvervlootrekening stamt uit 1958 toen staatssecretaris Norbert Schmelzer (oa Binnenlandse zaken en Bezitsvorming) de Jeugdspaarwet introduceerde. Jongeren die tussen hun 15 en 20ste een jaarlijks een bepaald bedrag spaarden kregen van de overheid 10 procent premie aan het eind van de looptijd. Met de wet, beter bekend als De Zilvervloot, wilde het toenmalige Kabinet de spaarzin in de naoorlogse jaren bevorderen.

Bron: www.pietheincup.nl

Betekenis van ‘Zilvervloot’

zilvervloot
` zil - ver - vloot de -woord zilvervloten vloot die jaarlijks zilver en goud uit de Spaanse koloniën in Amerika naar Spanje bracht: Piet Hein veroverde een zilvervloot (1628); schertsend grote geldsom, die gemakkelijk verkregen wordt ‘
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/zilvervloot
zilvervloot
De vloot die piet hein veroverde ‘
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoor
Zilvervloot
De konvooien die in de 16e en 17e eeuw het goud, zilver en diamanten uit de mijnen van Zuid-Amerika naar Spanje vervoerden. Op 9 september 1628 slaagde Piet Heyn er bij Cuba als eerste in om deze schepen te bemachtigen. De buit was bijna 12 miljoen gulden en de Westindische Compagnie keerde maar liefst 50% dividend uit. ‘
Gevonden op http://members.multimania.nl/lexicografi
Zilvervloot
De `zilvervloot` was in de 16e en 17e eeuw een jaarlijks konvooi van schepen, waarin kostbaarheden van de Spaanse koloniën in Amerika werden verscheept naar Spanje. In Nederland is de zilvervloot vooral bekend van de verovering ervan door Piet Hein in 1628. De Zilvervloot: De zilvervloot, of La Flota, bestond uit twee vloten, die samenkwamen ‘
Gevonden op http://nl.wikipedia.org/wiki/Zilvervloot

De voorliefde van de Inca’s voor zilver en goud

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver, zilver No Comments »

De bevolking had onder het regime van de Incas allerlei plichten. Vrouwen weefden voor de staat en mannen moesten helpen bij de bouw van tempels en wegen. Ook gingen ze op jonge leeftijd in militaire dienst. Daar hielden ze in ieder geval een stel kleren aan over; en als het mee zat was er ook nog oorlogsbuit. De boeren werden streng geregeerd door de adel. Van boerenopstanden is weinig bekend.

Priesters

In het rijk van de Incas werd geen enkele beslissing genomen zonder orakels en priesters te raadplegen. Priesters waren er voor elke god en gelegenheid. De hogepriester stond het dichtst bij de vorst en was in veel gevallen een familielid. Sommige priesters spraken met de doden; andere met bosgeesten of met huacas (heilige plaatsen). Een huaca kon een tempel zijn, maar ook een rivier, een berg of een rots. Iedere familie had een altaartje in een huaca, waar regelmatig offers werden gebracht om het evenwicht tussen mens en natuur te bewaren of te herstellen.

De Inca-heersers

De Inca-heerser stamde af van de zonnegod Inti, en was nu zijn afgezant. Hij moest gehoorzamen aan de wil van de zonnegod. De Inca-heerser stond aan het hoofd van een strenge hiërarchie van sociale klassen en gezagsdragers. De heerser was getrouwd met zijn zus, om de afstamming zuiver te houden. Uit hun zonen koos hij zijn opvolger. Onder de kinderen van zijn bijvrouwen zocht hij zijn hoogste bestuurders. De afstammelingen en familieleden van vroegere Inca-heersers vervulden de overige hoge functies in het staatsapparaat, het leger en de priesterhiërarchie. De adel van overwonnen volken kreeg ook belangrijke posten en mocht zich door adoptie Inca noemen.

Handelaren

De Incas kenden geen geld of bedrijven. Van vrij verkeer van mensen en goederen was er ondanks de uitstekende wegen geen sprake. De weinige handel die er was, werd gedreven door een aparte sociale klasse. Deze handelaren ruilden gedroogde en gezouten vis tegen wol en gedroogd vlees uit de bergen. Ook handelden ze in zout, cocabladeren en katoen. Spondylus schelpen uit de diepzee bij Ecuador werd verruild voor koper. Deze schelpen waren onmisbaar als offers aan heilige bergen en goden om regen af te smeken.

Natuurlijk werd er plaatselijk ook geruild. Uitkeringen van de staat waren voor iedereen hetzelfde terwijl de behoeften verschilden. Er werden zelfs maandelijks enkele marktdagen vastgesteld. Wie welvarend dreigde te worden moest wel een mooi godsdienstig feest organiseren, vond men. Dan was de onderlinge gelijkheid snel hersteld.

Goud en zilver

De bewoners van het Andesgebied waren schatrijk aan goud en zilver, en dat was misschien wel hun ongeluk. De Spanjaarden wisten niet wat ze zagen en werden gek van hebzucht. De gouden platen waar de zonnetempel in Cuzco mee behangen was rukten ze van de muren; kolossale beelden werden omgesmolten, eerbiedwaardige graven haastig leeggeplunderd. De goudkoorts hield eeuwen aan, en trok een diep spoor van vernietiging.

Voor de Incas hadden edelmetalen een religieuze betekenis. Goud stond voor de mannelijke zon en zilver voor de vrouwelijk maan, de twee belangrijke goden bij de Incas. Met het dragen van gouden en zilveren sieraden toonden hooggeplaatsten hun verbondenheid met deze goden.

Bron: www.museumkennis.nl

Piets Heins Zilvervloot

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver No Comments »

zilvervlootDe Zilvervloot was in de 16e en 17e eeuw een jaarlijks konvooi van schepen, waarin kostbaarheden van de Spaanse koloniën in Amerika werden verscheept naar Spanje. In Nederland is de zilvervloot vooral bekend van de verovering ervan door Piet Hein in 1628.

La Flota

De Zilvervloot, of La Flota, bestond uit twee vloten, die samenkwamen nabij Havana, en gezamenlijk naar Europa voeren. De ene vloot, de terra firma, kwam van de kust van Panama, waar zilver uit Potosí en andere waardevolle lading werd geladen die vanaf de Grote Oceaan eerst naar Panama-Stad en van daaruit met muildieren verder over de bergen van de Panamese landengte naar de oostkust was vervoerd naar Nombre de Dios. Deze vloot overwinterde in Cartagena. De andere vloot, de St-Jacobsvloot, kwam van Mexico (San Juan de Ulúa) en Honduras.
Het konvooi werd vanaf 1526 georganiseerd vanuit Sevilla waar een handelsgilde, het Casa de Contratación, het privilege had op de handel naar Amerika. Vanaf 1543 was het verplicht dat alle zilverschepen zwaarbewapend waren. Meestal nam men daarvoor het nieuwe en wendbare galjoen-type. De waarde van het vervoerde zilver was gigantisch; eerst zo’n 12 miljoen dukaten per jaar, eind 16e eeuw groeiend tot 25 miljoen dukaten. De opbrengst vormde het leeuwendeel van de Spaanse koloniale winst en het zilver was de motor achter de wereldhandel op Azië. Een dergelijke rijkdom trok allerlei piraten en kapers aan, maar het lukte hun maar zelden om iets te onderscheppen; gedurende het bestaan van het konvooisysteem zou maar zo’n vijf promille van de transportschepen in vijandelijke handen vallen. Een vroege en vasthoudende belager was de Engelsman Francis Drake, die in 1573 als piraat het landtransport over de landengte van Panama overviel, in 1578 onverwachts aan de westkust van Zuid-Amerika een klaarliggend zilverschip wegkaapte — waarna hij moest ontsnappen door de hele wereld rond te varen — en in 1583 met een vloot in hinderlaag lag voor Sevilla, zij het zonder succes. De enige die ooit een hele deelvloot met zilver en al zou veroveren was Piet Hein.

De zilvervloot van 1628

Piet Hein maakte namens de West-Indische Compagnie (WIC) in 1626 een plan om de zilvervloot te kapen, en de kostbaarheden naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden te verschepen. De Republiek was op dat moment verwikkeld in de Tachtigjarige Oorlog met Spanje. “Zeeroverij” in opdracht van een staat was in die jaren heel gebruikelijk en legaal.
In 1627 pleegde Piet Hein twee kleinere kaperijen in Allerheiligenbaai, in september 1628 veroverde hij de zilvervloot in de Slag in de baai van Matanzas (eiland Cuba). De andere vloot vertrok vanaf het huidige Venezuela. De halve vloot vanuit Venezuela was gewaarschuwd, en bleef buiten bereik. De buit bedroeg 177000 pond zilver en de duizend parels waren in 1628 11 à 12 miljoen toenmalige gulden waard. Een timmerman verdiende in die tijd zo’n 200 à 300 gulden per jaar. De oorlog tegen Spanje kon er een jaar mee betaald worden. Schattingen over de huidige waarde van de buit lopen uiteen van € 100 miljoen op basis van de huidige zilverprijs en € 100 miljard op basis van wat er in die tijd met het geld gedaan kon worden. De Stadhouder en vlootvoogd Piet Hein kregen een fors aandeel in de buit. De kapiteins kregen een gering bedrag. Witte de With, een van de kapiteins, was daarover erg boos[1]. Een groot deel van het geld werd gebruikt voor de strijd tegen Spanje. De WIC keerde dat jaar een record van 50% dividend uit. De vloot werd op de rede van Hellevoetsluis (aan het Haringvliet) ontscheept en ter paard en wagen gedurende 7 dagen naar Amsterdam gebracht.

Lied “De Zilvervloot”

De verovering van de zilvervloot was niet alleen een financiële, maar vooral ook een morele overwinning van de Republiek. Piet Hein werd in de negentiende eeuw (1844) geëerd met een eigen lied, gecomponeerd door J.J. Viotta, dat tegenwoordig nog steeds gezongen wordt, zij het niet altijd met onderstaande tekst van J.P. Heije.
Aan het eind van de twintigste eeuw raakte het lied in onbruik, maar vlak na de Tweede Wereldoorlog werd het op school geleerd, en op nationale evenementen graag gezongen. Vooral bij schaatswedstrijden in de tijden van Ard Schenk en Kees Verkerk, maar ook bij voetbalwedstrijden werd het vaak ten gehore gebracht.

Heb je van de zilveren vloot wel gehoord
de zilveren vloot van Spanje?
Die had er veel Spaanse matten aan boord
En appeltjes van Oranje!
Sprak toen niet Piet Hein met een aalwaerig woord:
“Wel jongentjes van Oranje,
Kom, klim ‘reis aan dit en dat Spaansche boord
En rol me de matten van Spanje”?
Klommen niet de jongens als katten in ‘t want
En vochten ze niet als leeuwen?
Ze maakten de Spanjers duchtig te schand’
Tot in Spanje klonk hun schreeuwen!
(refrein)

Piet Hein!, Piet Hein!, Piet Hein zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot
Zijn daden bennen groot
Hij heeft gewonnen de zilveren vloot,
Die heeft gewonnen, gewonnen de Zilvervloot. (bis)
(eindcouplet- en refrein)

Kwam er nu nog eenmaal zo’n zilveren vloot,
Zeg zou jullie nog zoo kloppen?
Of zoudt gij u veilig en wel buiten schoot
Maar stil in je hangmat stoppen?
Wel, Hollandsch bloed,
Dat bloed heeft nog wel moed!
Al bennen we niet groot,
al bennen we niet groot
We zouden winnen de Zilvervloot!
We zouden winnen, winnen de Zilvervloot!
We zouden winnen, winnen de Zilvervloot!

Bron: www.wikipedia.be

De zilvercollectie van Schloss Charlottenburg

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver No Comments »

schloss_charlottenburg_panoramaHet kasteel van Charlottenburg mag zich niet alleen het grootste, maar ook mooiste paleis van Berlijn noemen. Dit hoogtepunt van barokarchitectuur is het eeuwige liefdessymbool van Keurprins van Brandenburg en de eerste Pruisische Koning Friedrich III voor zijn vrouw Sophie Charlotte en mag op geen enkel bezoek aan koninklijk Berlijn ontbreken. Tal van vorsten liggen er opgebaard in het mausoleum, een Dorische tempel met werken van de befaamde Duitse beeldhouwer Christian Daniel Rauch. Ook de zilvercollectie is niet te versmaden.

Het mooiste paleis van Berlijn

Na de dood van troonopvolger Karl Emil, die in 1674 in de Elzas stierf, viel de op dat ogenblik 17-jarige Friedrich III de titel van Keurprins van Brandenburg te beurt. Friedrich was door de natuur allerminst bedeeld en had als kind voortdurend de zorgen van zijn moeder nodig.
Op 23 augustus 1679 trouwde hij in Potsdam met Landgravin Elisabeth-Henriette von Hessel-Kassel. Een huwelijk dat van korte duur was, want de landgravin overleed al in 1683.
Schloss Charlottenburg was aanvankelijk bedoeld als zomerverblijf voor Sophie Charlotte, de tweede gemalin van Keurprins Friedrich III met wie hij in 1684 trouwde. Voor Friedrich was Sophie Charlotte zijn grote liefde, en ze stond hem in zijn strijd om de macht vaak met raad en daad bij.

Maltezerkruis

In 1685 stelde de keurprins een orde in die hij ‘Ordre de la Générosité’ noemde. Het is een gouden Maltezerkruis belegd met hemelsblauw email en met Brandenburgse adelaars met gespreide vleugels tussen de kruisarmen. Het bovenste quadrant draagt het met de keurvorstelijke kroon gekroonde monogram ‘F’. De overige quadranten dragen het opschrift ‘Géné’, ‘rosi’ en ‘té’. Deze halsorde werd gedragen aan een zwart gewaterd lint dat ongeveer 2 vingers breed was. Voor het ontwerp van dit kruis werd hij bijgestaan door zijn echtgenote, een grote kenner van kunst en juwelen. Sophie Charlotte hield zich overigens niet alleen met het artistieke bij maar gaf haar gemaal ook raad wat betreft staatszaken. Ze bleef hierbij steeds discreet op de achtergrond, maar de keurprins zou geen enkele belangrijke beslissing nemen zonder haar te consulteren.
Friedrich vond dat hij bij zijn echtgenote in de schuld stond, en om haar te bedanken begon hij aan de bouw van Schloss Lietzenburg, zoals het kasteel aanvankelijk noemde. Sophie Charlotte zette zich actief in bij het ontwerp en de inrichting. De eerste steen werd gelegd in 1695, en het was meteen duidelijk dat het een werk van lange adem zou worden.

Concurrentie

In de 17de eeuw was het huidige Duitsland een bonte lappendeken van kleine, elkaar bekampende staten. Allen namen ze het absolutisme van de Franse vorst als voorbeeld. Ook Friedrich spiegelde zich aan Frankrijk en wilde de staat strakker organiseren. Hij zorgde voor een goed uitgebouwde organisatie van de staatsfinanciën en de ambtenarij, en door de inkomsten beter te bundelen had hij voldoende fondsen om een geducht leger op de been te brengen. Er ontstond een grote concurrentie met vorstenhuizen als Beieren, Sachsen en Hannover, maar Friedrich toonde zich de ijverigste.

Zilvercollectie

Op 18 januari 1701 kroonde hij zichzelf in Köningsberg tot Friedrich I, eerste koning van Pruisen. Weg was het ziekelijke jongetje van weleer, en in de plaats kwam een fiere vorst die een cultus van zelfverheerlijking in het leven riep. De eerste Pruisische koning trok de Zweedse bouwheer Johann Friedrich Eosander aan, die aan het kasteel inderdaad koninklijke grandeur meegaf. Hij legde een voorliefde voor zilver aan de dag en verzamelde de prachtigste stukken, die hij een mooi plaatsje gaf.

Zilver bij de Azteken

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver No Comments »

De Azteken maakten graag gebruik van goud en zilver. Ze kenden technieken om deze edelmetalen te bewerken die helaas verloren zijn gegaan.

Gouden en zilveren sieraden

De Azteken kenden geen ijzer, maar ze gebruikten wel koper, goud en zilver om sieraden van te maken. Deze metalen werden van verre, door de pochteca, meegebracht. De metaalbewerker maakte eerst van klei een model van het voorwerp dat hij wilde maken. Dat bedekte hij met bijenwas, waarover hij dan nog een laag klei aanbracht. Het metaal werd gesmolten in een kleine oven. Hierna werd het in een gat bovenin de gietvorm gegoten. Door de hitte smolt de bijenwas en het gesmolten metaal vulde de zo vrijgekomen ruimte op.

Schattingen

Een groot deel van hun rijkdom hadden de Azteken te danken aan de schatting die andere steden van het rijk aan Tenochtitlan moesten betalen. Het innen van deze belasting gebeurde volgens een goed georganiseerd systeem van belastinginners die ervoor zorgden dat alles juist verliep. Om de paar maanden stuurde men vanuit de hoofdstad een lijst met de vereiste schatting naar iedere andere stad. De steden konden weigeren om de schatting te betalen, maar dat betekende dan wel oorlog.

Handel

Andere dingen die ze nodig hadden, kregen ze door handel te drijven. Het leven van de reizende handelaars, de pochteca, verschilde enorm van dat van de andere Azteken. Ze woonden in hun eigen wijken en waren verenigd in een koopmansgilde. Ze hadden hun eigen wetten en rechters en vereerden hun eigen god, Yacatecuhtli (”de heer die leidt” of “Heer Neus”) aan wie ze offers brachten om veilig op reis te kunnen. De kinderen van kooplui mochten alleen trouwen met andere koopmans-kinderen. Ook verhulden ze hun rijkdom door zich eenvoudig te kleden, zodat de edelen niet jaloers werden.
De Azteken kenden lastdieren, dus alle spullen moesten op de rug gedragen worden. Ze kwamen terug met luxeartikelen uit alle delen van het rijk, zoals mooie stoffen, verf, cacaobonen, goud, katoen, veren, kralen van jade en koper.

Verborgen rijkdom

De kooplui kwamen altijd ’s nachts terug in de stad, zodat niemand hen zag. Ze konden dan rustig hun spullen uitladen en bij een andere koopman in huis verstoppen. Op deze manier hielden ze hun enorme rijkdom voor de andere Azteken verborgen.
Ambachtslieden stonden in hoog aanzien bij de Azteken. Ze hadden hun eigen stadswijk, hun eigen goden en hun eigen feestdagen. Ze droegen hun kennis alleen aan hun kinderen over, niemand anders mocht hun beroepsgeheimen weten. Ze werden tolteca genoemd, naar de Tolteken die volgens de legende hun voorouders waren. Er waren verschillende soorten ambachtslieden:

Edelmetaalbewerkers

Als het model was afgekoeld werd de buitenkant van de klei stukgeslagen en kwam het metalen voorwerp tevoorschijn. Grote metalen voorwerpen, zoals standbeelden, werden gemaakt door grote klompen metaal te verhitten en te smeden.

Wikipedia over zilver

Posted by: StefaanVL in Geschiedenis zilver, zilver No Comments »

Wat schrijft de gezaghebbende internetencyclopedie Wikipedia over zilver? We geven hier graag een fragment van het artikel.

Zilver is een scheikundig element met symbool Ag en atoomnummer 47. Het is een zilverkleurig overgangsmetaal.
Zilver wordt al voor het begin van onze jaartelling gebruikt voor versiersels en als betaalmiddel. Uit opgravingen blijkt dat al 4000-3500 v.Chr. zilver werd gescheiden van lood op eilanden in de Egeïsche Zee en Anatolië. Vaak werd zilver geassocieërd met de maan, de zee en verschillende goden. In de alchemie werd voor zilver het symbool van een halve maan gebruikt en alchemisten noemden het Luna. Van het metaal kwik werd gedacht dat het een soort zilver was. In sommige talen blijkt dat nog uit de naam die kwik heeft zoals quicksilver in het Engels of kwikzilver (= levend zilver) in wat ouder Nederlands. Veel later bleek het om twee volstrekt verschillende elementen te gaan.

De naam zilver leidt via het Oudhoogduits silabar van de germaanse wortel silubra. In het Latijn heet zilver argentum, waar zilver het symbool Ag aan dankt.
Zilver staat tegenwoordig symbool voor de tweede plaats in wedstrijden en voor 25-jarige jubilea.

Toepassingen

Tegenwoordig wordt zilver vooral als zilverhalogeniden in de fotografie gebruikt. Andere toepassingen van zilver zijn:
* De goede elektrische geleiding van zilver maakt het een zeer geschikt materiaal in elektrische en elektronische producten. In circuits wordt zilver (of zilverlegeringen) gebruikt om componenten met elkaar te verbinden. Voor langere verbindingen is zilver te duur.
* Voor spiegels van zeer hoge kwaliteit is zilver geschikt omdat het over goede licht reflecterende eigenschappen bezit. Maar meestal wordt hiervoor aluminium gebruikt omdat het veel goedkoper is.
* In sommige landen bevat muntgeld nog zilver, maar hiervoor worden steeds vaker andere metalen gebruikt. Er zijn minstens 14 talen waarin voor zilver en geld hetzelfde woord wordt gebruikt.
* De glans van zilver maakt het een gewild metaal voor sieraden. In Europa wordt zilver gebruikt voor bestek, schalen, kandelaars en dienbladen. Momenteel bestaat er zowel verzilverd als massief zilver. Meestal wordt hiervoor eerste en tweede gehalte zilver gebruikt. Eerste gehalte (925/1000) is een legering is van 92,5% zilver en 7,5% koper. In sommige Engelstalige landen wordt de term “Sterling” gebruikt.
* In de tandheelkunde wordt zilver inmiddels niet meer gebruikt omdat het weliswaar relatief makkelijk in de juiste vorm te maken is, maar toch enigszins toxische eigenschappen heeft.
* Vanwege de desinfecterende eigenschappen wordt zilver tegenwoordig ook weer gebruikt voor het zuiveren of zuiver houden van drinkwater. Speciaal voor kleine hoeveelheden water (100 liter - 100 x 100 x 10 cm) is zilver (als zilvernitraat, eenvoudiger te doseren en toe te passen dan chloor. In de geneeskunde werd colloïdaal zilver vroeger als antibioticum gebruikt, in de alternatieve geneeskunde wordt het nog steeds voor deze toepassing gebruikt.
* Als katalysator wordt zilver in de industrie gebruikt voor bijvoorbeeld de productie van formaldehyde en etheenoxide
Een zeer opmerkelijke toepassing van zilver is als zilverjodide dat fijn verneveld wordt gebruikt om mist te reduceren rondom vliegvelden.

* In het laboratorium wordt zilvernitraat veel toegepast als reagens in chloride bepalingen.
* Tot diep in de 19e eeuw waren munten van zilver en goud de belangrijkste betaalmiddelen van de mensheid.

Opmerkelijke eigenschappen

Zilver is een eenvoudig te bewerken metaal dat iets harder is dan goud en beschikt over een zilverwitte glans. Zilver heeft van alle metalen de beste elektrische geleidbaarheid. Zilver geleidt zelfs beter dan goud of koper. Goud wordt daarentegen vaker gebruikt omdat het niet corrodeert. Daarnaast geleidt zilver van alle metalen warmte het best en heeft het de hoogste optische reflectie (tenminste als het zichtbaar licht betreft; ultraviolet licht reflecteert het slecht). Zilverhalogeniden zijn gevoelig voor licht. Als zilver wordt bloot gesteld aan water of lucht, dat Ozon of Waterstofsulfide bevat, vormt zich een zwarte laag van Zilver-sulfide.

De rest van het artikel leest u op http://nl.wikipedia.org/wiki/Zilver